Artikel verschenen in De Standaard van 19/10/2009
Eén miljard euro, dat is wat het openhouden van de kerncentrales Electrabel aan nettowinst oplevert. Dat is slechts een minimumraming, maar ze maakt het tellen gemakkelijker. Eén miljard, dat is zo'n is 100 euro per Belgische burger, van boreling tot honderdjarige. U bent vast benieuwd wat er met dat geld zal gebeuren. Zelf wil Electrabel niet op zo'n hypothetische vraag ingaan. En ook experts bijten hun tanden stuk op de totaal ondoorzichtige balansen en jaarverslagen van Electrabel en zijn moederbedrijf Suez.
Electrabel heeft nooit uitgeblonken door transparantie. Toen het nog een klassiek nutsbedrijf met een monopolie op de Belgische markt was, bedisselden politici en management op gesloten bijeenkomsten welk deel van de superwinst aan het bedrijf of aan de gemeenten zou worden uitgekeerd. U betaalde toen al veel te veel voor uw elektriciteit, maar kon u troosten dat een deel van die winst terugvloeide naar het openbaar zwembad of de renovatie van het dorpsplein in uw gemeente.
Financiert dit geld vandaag het privézwembad van een aandeelhouder?
Misschien wel, want Electrabel is nu een privaat bedrijf dat politici noch iemand anders nog inzage in de boeken geeft. Daardoor is het compleet onduidelijk welke winst Electrabel boekt op de Belgische elektriciteitsmarkt en wat er met dat geld gebeurt. Veel heeft te maken met de nieuwe structuur van Electrabel, dat sinds 2006 een 100%-dochter is van GDF Suez. Daardoor is Electrabel van de beurs gehaald en publiceert het geen geconsolideerd financieel jaarverslag meer. Bovendien is Electrabel eigenlijk een financiële holding geworden, die voor rekening van Suez voor bijna 33miljard euro financiële participaties heeft in voornamelijk buitenlandse elektriciteits- en gasbedrijven, maar ook de openstaande schulden ten belope van 29miljard euro in de boeken inschrijft. Daartegenover bedraagt de waarde van Electrabels industriële activa, de eigenlijke elektriciteitsproductie, slechts 2miljard euro. Die zijn bijzonder rendabel, maar de precieze opbrengst is niet af te leiden uit de globale boekhouding van de holding. Volgens Electrabel genereert de energieproductie zo'n 800 miljoen euro winst. Volgens critici is dat een fractie van de reële winst. Zo schat professor Eric De Keuleneer van de Solvay Business School dat Electrabel minstens 2 à2,5 miljard operationele cashflow genereert op de Belgische elektriciteitsmarkt. Door middel van boekhoudkundige spitstechnologie (onder meer het betalen van diensten en managementfee aan Suez en transfers aan andere, minder rendabele afdelingen van Suez) wordt die winst 'fiscaal geoptimaliseerd'. Dat zou trouwens de reden zijn waarom Suez zoveel participaties bij zijn meest rendabele dochteronderneming heeft ondergebracht. Gevolg is onder meer dat door die enorme schuldenlast Electrabel in 2008 geen belasting betaalde, maar zelfs recht had op een belastingskrediet van 94miljoen euro. Ondertussen financiert de Belgische consument wel de internationale groei van Suez.
TEVREDEN AANDEELHOUDERS
Consumentenorganisaties en deskundigen klagen al jaren dat de Belgische consument veel te veel betaalt voor zijn elektriciteit. Sinds 1970, zo rekende econoom Eric De Keuleneer uit, betaalt de Belgische consument 20 à25% te veel voor zijn elektriciteit. Vooral de nucleaire centrales braken cash uit. De productie van kernenergie kost zo'n 15euro per megawatt-uur, die wordt verhandeld tegen groothandelsprijzen van 50 à 55euro. Eenmaal de centrale is afgeschreven, is het verschil pure winst. Volgens Electrabel zal het openhouden van de drie nucleaire centrales van 2015 tot 2025 slechts 1miljard nettowinst zal opleveren, over een periode van tien jaar, al zal daarvoor wel eerst 800 miljoen moeten worden geïnvesteerd.
Volgens energie-expert prof. Eric De Keuleneer zouden de zeven centrales samen echter minstens 1,2 à1,4 miljard aan nucleaire bonus opleveren, per jaar. Volgens de Creg zou dat bedrag zelfs oplopen tot 1,8 miljard en volgens de studiedienst van de SP-A zelfs 2 à2,6 miljard. Daar bovenop moet volgens SP-A ook nog eens een bonus van 0,5 miljard voor de afgeschreven steenkoolcentrales worden gerekend.
Zoals gezegd worden die dikke winsten op de Belgische energiemarkt door een ingewikkelde en ondoorzichtige boekhouding gesluisd om uiteindelijk in de globale pot van Suez terecht te komen. Die winstcijfers zijn wel bekend. GDF Suez boekte 13,9 miljard euro brutowinst in 2008, waarvan uiteindelijk 6,5 miljard euro nettowinst overblijft. Zelfs in tijden van crisis blijft energievoorziening een lucratieve activiteit, want de brutowinst van GDF Suez steeg met 10,7 procent ten opzichte van 2007 en de nettowinst met 13procent. Ter vergelijking: 2% van de brutowinst werd opgebracht door de tak Energie France, tegenover 13procent door Energie Benedelux, lezen we in het jaarverslag van Suez.
Nochtans waren niet alle activiteiten van Suez even succesvol. In Frankrijk zijn de gasprijzen gereguleerd door de overheid. Daardoor wordt het gas er aan de Franse consument geleverd voor een tarief dat onder de inkoopprijs ligt. 'Dat kostte Suez al 2miljard verlies', zegt de energiespecialist van sp.a Bart Martens, 'waarvan 363 miljoen euro in het tweede kwartaal van dit jaar. Dat Suez in datzelfde kwartaal desondanks een globale winst van 3,26 miljard wist neer te zetten, heeft alles te maken met de superwinsten in het Belgisch wingewest.'
Welk aandeel van de winst van Suez precies uit de portefeuille van de Belgische consument komt, is bijna niet uit te pluizen. De resultaten van de bedrijfstak Energie Benedelux (Benelux en Duitsland) worden niet opgesplitst. Maar we kunnen wel weten waar de opbrengsten heen gaan. De aandeelhouders zijn in elk geval de grootste winnaars, met de Franse staat op kop. Suez betaalde in 2008 per aandeel 1,4 euro gewoon dividend en 0,80 euro aan bijzonder dividend uit, voor een totaal van 5,1 miljard euro. Daarvan is 1,8 miljard euro voor de Franse staat, 500 miljoen voor individuele aandeelhouders, 270 miljoen voor de Groep Brussel Lambert (GBL) van Albert Frère en 61miljoen voor Areva, dat kerncentrales bouwt. Om een en ander in perspectief te plaatsen: de Belgische overheid krijgt vanaf 2010 jaarlijks zo'n 180 miljoen euro compensatie voor het open houden van de centrales. Een pak minder dan Albert Frère van GBL, dus.
VERRE INVESTERINGEN
Een groot deel van de opbrengsten van Suez, 11,8 miljard, is uiteraard ook voor investeringen en nieuwe participaties in andere bedrijven bedoeld. Het zou te ver leiden om al die investeringen op te sommen, maar het is wel duidelijk dat de investeringsstrategie (elektriciteitscentrales, gas- en afvalverwerkingsinstallaties op de vijf continenten) gericht is op internationale groei, van krachtcentrales in Singapore tot de bouw van vervuilende steenkoolcentrales in Chili. België is daarbij geen prioriteit voor Suez.
De groep investeerde in 2008 in de Benelux en Duitsland 992 miljoen euro. Zo'n 265 miljoen daarvan werd via Electrabel in België geïnvesteerd: nieuwe windparken, een klassieke centrale voor Sidmar, een Steg-centrale in Amercoeur en enkele warmtekrachteenheden.
Electrabel argumenteert dat er voldoende capaciteit is in België. Professor De Keuleneer wijst er echter op dat de elektriciteitsproductie in België maar 85 à 90procent van de vraag dekt, en dat er dus beter wel in extra capaciteit wordt geïnvesteerd, want schaarste duwt de prijs omhoog. De milieubeweging vindt dan weer dat de winsten van Electrabel moeten dienen om meer hernieuwbare energie te produceren. 'Het meest betreurenswaardige aan het langer openhouden van de nucleaire centrales, is dat daarmee de incentive verdwijnt om te investeren in hernieuwbare energie', zegt Jan Vande Putte van Greenpeace. Bovendien, zo zegt Greenpeace, gaat zo'n dertig procent van de toekomstige Belgische investeringen van Electrabel naar steenkoolcentrales en 5% naar de nucleaire centrales. 'En dan spreken we nog niet van de plannen om in Oost-Europa en Duitsland vier steenkoolcentrales te bouwen en om in Bulgarije met het Duitse RWE een kerncentrale te bouwen.'
'Bijkomend probleem', zegt Bart Martens van sp.a, 'is dat de verlenging van de levensduur van kerncentrales ook de investeringen van de concurrenten van Electrabel op de lange baan schuift. De nieuwe spelers op de Belgische elektriciteitsmarkt maakten immers hun plannen in de wetenschap dat in 2015 ongeveer 1.800 MW uit productie zou genomen worden. Nu dit niet gebeurt, blijft het monopolie van Electrabel overeind en kan de vrije concurrentie niet tot lagere prijzen leiden.'
Conclusie: van de honderden euro die de Belgische consument elk jaar aan winst genereert voor Electrabel, krijgt hij bitter weinig terug.
Belastingen betaalt Electrabel amper, de afgedwongen bijdrage aan de begroting is slechts een fractie van de reële winst op het openhouden van de kerncentrales en de noodzakelijke massale investeringen in hernieuwbare energie blijven uit. De regering kan die ook niet afdwingen van een private onderneming. Uw en mijn geld vloeit naar Frankrijk en financiert de internationale groei van Suez en het dividend van de aandeelhouders.
Zie ook de blog 'la rente nucléaire belge: une évaluation' op www.dekeuleneer.com
