Ondanks de extra stimuli op het vlak van energiebesparing uit de septemberverklaring van de Vlaamse regering, blijven nog te veel gezinnen in Vlaanderen (letterlijk) in de kou staan. Een veralgemening van het vandaag in Antwerpen ingevoerde systeem van goedkope leningen voor energiebesparende investeringen en meer rechten voor huurders kunnen energiezuinig wonen voor iedereen binnen bereik brengen.
Oktober is de “Maand van Energiebesparing” en worden burgers en bedrijven aangemoedigd om te investeren in energiebesparende maatregelen.
In tijden van stijgende energiefacturen, ingrijpende klimaatveranderingen en dalende koopkracht is dat geen overbodige luxe. Vorige week nog, bleek uit onderzoek van de CREG dat de energiefactuur van een gemiddeld gezin in Vlaanderen op vijf jaar tijd met 700 € is toegenomen. Energie-uitgaven nemen dan ook een steeds grotere hap uit ons gezinsbudget, met een toename van de energiearmoede tot gevolg. Stookoliepremies of een verlaging van de belasting op energie remmen de energieprijzen eventjes af, om ze daarna onder invloed van de toenemende energievraag van opkomende economieën en de afnemende voorraden terug te zien stijgen.
Op de energieprijzen zelf heeft de overheid weinig invloed, op het energieverbruik des te meer. Met premies en fiscale tegemoetkomingen proberen de federale en Vlaamse overheid de kostprijs van isolatie en efficiëntere verwarmingssystemen te drukken en met relatief succes. Vele gezinnen maken dankbaar gebruik van de geboden steun om hun dak te isoleren, enkel glas te vervangen door superisolerende beglazing, hun stookketel te vervangen door een condensatieketel… Maar nog meer gezinnen blijven achter en laten het energiebesparingspotentieel in hun woning onbenut. Ook voor die investeringen die zich op enkele jaren terugverdienen. Dat heeft vaak te maken met een gebrek aan kennis. Mensen weten niet waar hun (grootste) energieverliezen zitten, hoeveel bijkomende besparingsmaatregelen kosten en op hoeveel tijd ze zijn terugverdiend. En diegenen die wel zicht hebben op het besparingspotentieel, hebben daarom nog niet de middelen om de investeringen te financieren, ondanks de premies en fiscale tegemoetkomingen. De kosten voor energiebesparende investeringen krijgt men via de fiscale aftrek pas na 2 jaar gedeeltelijk terugbetaald. Tenslotte kunnen grote groepen mensen niet over de noodzakelijke investeringen in hun woning beslissen. Huurders en mensen die een sociale woning betrekken, zijn overgelaten aan de goodwill van de huisbaas of de Sociale Huisvestingsmaatschappij.
Dat gebrek aan interesse, kennis, middelen of zeggenschap maakt dat teveel (economisch rendabele!) investeringen in energiebesparing uitblijven. We dreigen daardoor de nobele doelstellingen van het energierenovatieprogramma van de Vlaamse overheid – dat onder andere tegen 2020 alle daken wil isoleren – te missen. De consequenties liegen er niet om. In de eerste plaats voor die gezinnen die niet over de mogelijkheden of middelen beschikken om energiebesparende investeringen te doen. Als de energieprijzen verder stijgen, wordt uitgerekend hun koopkracht verder aangevreten. Hierdoor neemt de energiearmoede en de ongelijkheid in de samenleving nog verder toe. In de tweede plaats heeft het onbenut besparingspotentieel gevolgen voor de samenleving als geheel. Die zal niet alleen geconfronteerd worden met de gevolgen van een grotere sociale ongelijkheid en verminderde sociale cohesie. Ze zal ook extra offers moeten brengen om de Europese verplichtingen inzake de terugdringing van de broeikasgasuitstoot te kunnen nakomen.
Het onbenut laten van een goedkoop energiebesparingspotentieel in de gebouwensector betekent immers dat in andere sectoren duurdere maatregelen genomen moeten worden om de 15% broeikasgasreducties tegen 2020 te kunnen waarmaken of dat beroep moet gedaan worden op de aankoop van emissierechten of –kredieten in andere landen. Kortom, met het wegwerken van drempels voor investeringen in energiebesparing in woningen kunnen verschillende doelen worden bereikt. Door energiezuinig wonen voor iedereen bereikbaar te maken, worden gezinnen beschermd tegen de bokkensprongen van de energieprijzen op de internationale markten.
De e-novatie van bestaande woningen voorkomt niet alleen een verdere aantasting van onze koopkracht maar ook van ons leefmilieu. Bovendien zorgt een grootschalige e-novatie van ons woningenbestand voor vele extra jobs in niet delokaliseerbare sectoren (isolatie, verwarming, beglazing,…). Alternatieve overheidsbestedingen om energiearmoede te bestrijden of de opgelegde klimaatnormen te halen – zoals het verstrekken van stookoliepremies, het geven van kortingen op de elektriciteits- of gasfactuur of de aankoop van emissierechten – zorgt ervoor dat overheidsmiddelen blijvend naar het buitenland worden gepompt. Naar de Franse hoofdzetel van Electrabel dat nog steeds onze stroommarkt monopoliseert of naar de Arabieren of Russen die door de toenemende schaarste steeds meer geld kunnen vragen voor hun fossiele brandstoffen. Het afbouwen van die afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit het buitenland door op een rigoureuze manier energie te besparen is de beste manier om energiearmoede tegen te gaan, onze klimaatdoelstellingen te halen en de toenemende transfers naar energieleverende landen een halt toe te roepen. Een echte Vlaamse verankering ook, want door geld dat nu naar (buitenlandse) leveranciers gaat te investeren in (binnenlandse) energiebesparende maatregelen, zorgt men voor een verlaagde energiefactuur die een blijvende koopkrachtimpuls oplevert van zodra de investeringen zijn afgeschreven. De maatschappelijke winst blijft in onze economie, in tegenstelling tot deze van de afgeschreven kerncentrales.
De ‘maand van energiebesparing’ is het uitgelezen moment om een beleid in de steigers te zetten dat iedereen het recht geeft op energiezuinig wonen. Op vraag van sp.a zette de Vlaamse regering in haar septemberverklaring alvast de eerste stappen. Meer gezinnen krijgen gratis energiescans, die hen zicht geven op energieverliezen en besparingsmogelijkheden in hun woning. Maar om de resultaten van de energiescans, -audits en -prestatiecertificaten beter te valoriseren, zouden ze moeten gevolgd worden door gerichte prijsaanbiedingen van aannemers/leveranciers. De door de regering besliste Vlaams premie voor dakisolatie maakt dergelijke investeringen voor meer gezinnen draaglijk. Maar dat neemt niet weg dat nog teveel gezinnen de totale kost van energiebesparende investeringen niet kunnen ophoesten.
(Quasi) renteloze leningen, zoals deze vanaf vandaag ook in Antwerpen worden toegekend, geven ook gezinnen zonder centen op hun spaarboekje de kans om te investeren in economisch rendabele besparingsmaatregelen en de lening af te betalen met de besparing op de energiefactuur. Ook de Vlaamse overheid zou een systeem van goedkope leningen op grote schaal kunnen toepassen. Tenslotte vergt het recht op energiezuinig wonen extra maatregelen in de sector van de sociale huisvesting en de private huurmarkt. Een extra focus in de REG-actieplannen van de distributienetbeheerders op energiebesparing in de sociale woningbouw, moet ertoe leiden dat tegen 2015 alle daken van sociale woningen geïsoleerd zijn en alle enkel glas en elektrische verwarming vervangen zonder dat dit leidt tot een verhoging van de huurprijzen. En een echt recht op energiezuinig wonen betekent dat ook huurders de kans krijgen bepaalde rendabele energiebesparende maatregelen af te dwingen. Op deze manier staat geen enkele hinderpaal (gebrek aan kennis, middelen of zeggenschap) het recht op energiezuinig wonen nog in de weg.
Bart Martens, Vlaams volksvertegenwoordiger en senator sp.a
