Op 23 april stelde sp.a haar durfplan voor. Het plan is volgens voorzitster Caroline Gennez een antwoord op de crisis en moet de economie van de toekomst creëren.
De crisis is te groot om ze met halve maatregelen op te lossen. Er is de laatste tijd te veel gepraat en te vaak gewacht. Het is tijd voor daden. “Ons programma telt meer dan 100 pagina’s en 500 concrete voorstellen”, aldus Caroline Gennez. “Maar er is zelfs nog meer nodig. Want we zitten midden in de zwaarste economische crisis van ons leven. We hebben echt een hyperactieve regering nodig, die de handen uit de mouwen steekt. Nu meteen.”
sp.a vindt dat de Vlaamse regering de eerste jaren van de volgende legislatuur echt moet investeren in infrastructuur, in een energie-arme economie, in mensen en in solidariteit. Samen met het weer betrouwbaar maken van banken kan Vlaanderen zo een nieuwe start nemen.
Een belangrijk onderdeel van het durfplan gaat over een ambitieus en duurzaam energiebeleid. We staan voor een gigantische uitdaging op het vlak van energieconsumptie en –productie. We moeten tegelijkertijd de overgang naar een lage koolstoffeneconomie maken, onafhankelijker worden in onze energievoorziening op Europees vlak en een concurrentiële markt creëren. En dat alles zonder dat het licht uitgaat, of de prijzen onaanvaardbaar snel stijgen. Iedereen weet dat. Er zijn al veel maatregelen genomen. Maar de vooruitgang is te traag.
Wij willen versnellen. Niet langer achterop lopen in de EU, maar voorop. Onze ambitie is om tegen 2020:
- onze achterstand in energie-efficiëntie van woningen te hebben ingehaald en beter geïsoleerd te zijn dan de Europese landen die zuidelijker van ons liggen,
- alle huishoudens van elektriciteit uit alternatieve bronnen te voorzien en
- het slimste elektriciteitsnet van de hele EU te hebben.
Dit kan en zal ons bovendien extra jobs opleveren. En het zorgt voor innovatie in een groeisector.
De goedkoopste en schoonste energie is degene die je niet verbruikt. Met alle premies en fiscale aftrekken die er nu al zijn, is het rendement van investeringen in energiebesparing gegarandeerd. Toch zijn er vandaag 800.000 woningen zonder dakisolatie. Veel mensen zien de isolatiewerken niet onmiddellijk zitten, beschikken niet over voldoende geld om de kosten voor te schieten, kennen geen goede aannemer of zien op tegen het papierwerk. Daarom stellen wij voor dat de netbeheerders, die elektriciteit en gas in huis brengen, vanaf nu ook de isolatie meebrengen. Het energiebedrijf maakt een bestek op, zoekt een aannemer en prefinanciert de werken. Het bedrijf sluit een akkoord met de steden en gemeenten. Die zetten de bouwmaatschappijen aan de slag om, alles samen, 80.000 huizen per jaar te isoleren. Zo is de klus in 2020 geklaard.
Eens het dak geïsoleerd is, wordt het de moeite waard om er zonnepanelen op te zetten. Ondanks de fiscale aftrek, de groene stroomcertificaten en de premies, plaatsen mensen relatief weinig zonnepanelen. Het initiële investeringsbedrag schrikt mensen af, of maakt het hen onmogelijk. Wij willen mensen een renteloze lening aanbieden, die ze terugbetalen op het ritme van hun fiscale aftrekken, hun opbrengst uit groene stroomcertificaten en hun besparingen op de elektriciteitsfactuur. Concreet stellen we voor dat mensen die gebruik maken van de renteloze lening na drie jaar, dus nadat ze hun fiscale aftrek krijgen, een eerste schijf terugbetalen. Mensen die niet in aanmerking komen voor een belastingvermindering, betalen deze schijf niet terug. Voor hen is dit voorschot een verworven Vlaamse premie. De rest van de lening wordt afgelost over tien jaar of meer.
Om alle huishoudens te voorzien van elektriciteit uit hernieuwbare energie en om de Europese doelstellingen te halen, ontwikkelen we windenergie uit de Noordzee. Nu staan er zes windmolens in de Noordzee. Er is plaats voor meer dan 600. Het goede nieuws is dat we de stappen kennen om van de huidige zes naar 600 windmolens te gaan: we zorgen voor een ondersteunend vergunningsbeleid, we verplichten Elia om een stopcontact in de Noordzee te leggen en we waarborgen als Vlaamse overheid de financiering van de parken. Met een durfbeleid hebben we in 2015 het equivalent van Doel I in de Noordzee staan. Bovendien baten drie nieuwe spelers op de Belgische energiemarkt dit uit. Qua tewerkstelling mogen we deze innovatie niet onderschatten: er komen nieuwe, vaak arbeidsintensieve niches in de sectoren van onder meer de bouw, de baggeraars en de metaalindustrie, die ons toelaten kennis te ontwikkelen en te exporteren.
We denken beter nu al verder dan ons stukje Noordzee groot is. Iets verderop, tussen Schotland, Nederland, Denemarken en Noorwegen, waar nu de olieboorplatforms liggen, ligt een enorme kans om windmolenparken te bouwen. We kunnen die verbinden tot een NoordzeeRing. Zo’n Ring van windmolenparken, zoals uitgetekend in het Masterplan Zeekracht van het architectenbureau van Rem Koolhaas, het OMA, kan even veel energie opwekken als de olievelden in de Golfstaten en Europa voor 2050 grotendeels energieonafhankelijk maken. Vlaanderen kan hierin participeren, industrieel én politiek. De Noordzeering kan de definitieve omslag betekenen van fossiele naar hernieuwbare energie in Europa. En ze kan een symbool worden van Europese samenwerking. Van een Europese visie op de toekomst. Van een Europa van oplossingen. Van een Europa van jobs met toekomst.
Investeren in hernieuwbare energieproductie is één zaak. Deze ook inpassen in het elektriciteitsnetwerk is nog iets anders. Gezinnen, landbouwers, scholen en KMO’s kunnen met hernieuwbare energie-installaties of (micro)warmtekrachtkoppeling grotendeels zelf hun stroom en warmte produceren. Ze kunnen met het net overschotten en tekorten uitwisselen. Het elektriciteitsnet kan evolueren van een net dat stroom transporteert van enkele grote centrales naar duizenden afnemers, naar een ‘internetstructuur’ waar gebruikers ook energie aan kunnen toevoegen. Slimme meters laten toestellen (bijvoorbeeld warmtekrachtkoppelingsinstallaties) op momenten van piekvraag energie opwekken en in dalperiodes stroom afnemen (van wasmachines, diepvriezen, plug-in hybride wagens,…). De uitbouw van een duurzaam netwerk veronderstelt een volgehouden inspanning. Er zijn momenteel al lokale pilootprojecten gepland om expertise met slimme meters op te bouwen. We streven naar de veralgemening van intelligente elektronische meters voor 2020.
Meer informatie op durfplan.s-p-a.be
