Nieuw land in zicht. Sociaaldemocratisch kompas voor de 21ste eeuw

We leven in een historisch tijdsgewricht. Drie wereldsystemen – het financiële systeem, de wereldeconomie en het wereldecosysteem – zijn fundamenteel ontregeld en botsen met elkaar. De aard en de omvang van deze crisissen zorgen ervoor dat we er niet zomaar kunnen ‘uitgroeien’. Het verder plaveien van het klassieke en ouderwetse groeipad leidt ons niet uit de tunnel, maar rijdt ons alleen verder vast. Klassieke keynesiaanse recepten die de weggevallen investeringen door gezinnen en bedrijven moeten compenseren met overheidsbestedingen, hebben geen zin als ze ons niet tegelijk doen afkikken van onze energieverslaving en komaf maken met onze roofbouw op het milieu. De schadekost die voortvloeit uit onze aantasting van het milieu wordt stilaan zo astronomisch hoog dat ook de regeneratie van onze economische welvaart in het gedrang komt. Harde economische cijfers maken duidelijk dat milieu geen zachte waarde (meer) is. Voormalig Wereldbank econoom Sir Nicolas Stern becijferde dat een verder opwarmend klimaat een economische kost met zich meebrengt in de grootteorde van 5 tot 20 percent van het wereldwijd Bruto Binnenlands Product, zo’n 10 keer meer dan de kost om deze klimaatopwarming binnen de perken te houden. Pavan Sukhdev, topeconoom bij de Deutsche Bank, rekende ons voor dat de economische kost als gevolg van een verlies aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten hoger ligt dan de kost van de huidige economische recessie. De mens leeft vandaag dus niet alleen van de interest van de natuur maar vreet in op het kapitaal ervan. We zagen de tak af waar we op zitten. It’s the ecology, stupid!

In zijn boek “Nieuw land in zicht” beschrijft Bart Martens hoe het zover is kunnen komen. Hoe de wereldorde die gebaseerd was op het model van de nationale welvaartsstaat in crisis is geraakt. Hoe door een veranderende rol van kapitaal, een verzadiging van thuismarkten en het doorschuiven van facturen naar elders en later de motor van de nationale welvaartsstaat is beginnen sputteren. De motor die decennia lang via steeds hogere productiviteit en afroming van de productiviteitswinsten ten voordele van een koopkrachtverhoging van de arbeiders en de uitbouw van sociale voorzieningen, een dubbele spiraal van massaproductie en massaconsumptie aandreef. De welvaartsstaat is door de globalisering en deregulering van de financiële markten in een fiscale en budgettaire crisis terecht gekomen. Een crisis die in omvang toeneemt door uitgestelde kosten (bvb in sociaal overleg overeengekomen pensioenrechten) en een vergrijzende bevolking die langer leeft en de kosten van een “technologischer” wordende gezondheidszorg exponentieel doet toenemen. Ook de afwenteling van milieukosten heeft zijn eindpunt bereikt. Het milieu slaat terug. Onder de vorm van bootvluchtelingen, orkanen, stijgende prijzen voor afnemende biologische, fossiele en minerale natuurlijke rijkdommen, afnemende visvangsten, of mislukte oogsten.

“Nieuw land in zicht” stippelt daarom een route uit om zwalpend schip van de nationale welvaartsstaat terug zeewaardig te maken en koers te zetten naar een nieuwe wereld. Die nieuwe wereld zal niet langer gebaseerd zijn op de nationale verspillings- en ontginningseconomieën van de 20ste eeuw - die niet langer in staat zijn welvaart te regenereren en uit te breiden – maar op een duurzame mondiale kringloopeconomie. Onze nieuwe wereldorde van de 21ste eeuw biedt perspectief op een economisch samenlevingsmodel dat een groeiende wereldbevolking blijvend kan insluiten.

In de zoektocht naar deze nieuwe wereld, maakt “Nieuw land in zicht” in de eerste plaats een analyse van de systeemfouten die in het huidige bestel vervat zitten. Het zijn de constructiefouten die het schip van de nationale welvaartsstaat doen lekken en aan het zinken brengen. Economische wetmatigheden, sociale vooronderstellingen en institutionele uitgangspunten waarop onze maatschappij werd gebouwd, blijken sterke mankementen en onbedoelde neveneffecten te vertonen. Zo blijkt de wet van de comparatieve voordelen van David Ricardo – de basis voor vrijhandel – enkel te werken in de veronderstelling dat kapitaal en arbeid internationaal niet mobiel zijn, zorgt het internationaal muntstelsel met de dollar als reservemunt ervoor dat de VS boven hun stand kunnen leven en alle ontwikkelingslanden samen zo’n 300 miljard $ aan gederfde inkomsten door hun neus geboord zien en blijkt Joseph Shumpeters principe van de creatieve destructie niet op te gaan voor de ontginningseconomie waar oudere ontginningen steeds goedkoper zijn dan nieuwere (waardoor de reeds lang gevestigde producenten zogenaamde “windfallprofits” of meevalwinsten genereren). Ook het internationaalrechtelijk principe van de natiestaat als hoogste soeverein gezag schiet tekort als het gaat om de aanpak van mondiale problemen zoals de klimaatopwarming, migratie en de stabiliteit van de financiële markten.

De analyse van deze systeemfouten wordt gevolgd door suggesties voor de reparatie ervan. Zo wordt een nieuwe institutionele architectuur uitgewerkt voor een duurzaam beheer van het mondiaal “gemeen goed” en een rechtvaardigheidstheorie voor een eerlijke mondiale verdeling gebaseerd op een gelijk aardeaandeel voor iedereen. Binnen dat kader wordt werk gemaakt van een “eerlijk handelsregime” in plaats van de bestaande vrijhandelsdoctrine, een mondiaal reservemuntsysteem als alternatief voor de afbrokkelende en systeembedreigende rol van de dollar als reservemunt en een “windfallprofittaks” die oude technologie doet meebetalen voor de ontwikkeling van nieuwe.

“Nieuw land in zicht” geeft ook aan hoe de sociaaldemocraten opnieuw de stuurlui kunnen worden van het vlotgetrokken schip dat koers zet naar de nieuwe wereld. Zoals de sociaaldemocraten tijdens de vorige eeuw de regisseurs waren van de nationale verzorgingsstaat, moeten zij in de 21ste eeuw het “collectieve willen” weten te bundelen rond deze nieuwe wereldorde die inclusiever, socialer en duurzamer is.

Nieuw land in zicht – Sociaaldemocratisch kompas voor de 21ste eeuw
Bart Martens
Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2009
ISBN 978-90-441-2444-6
280blz.
€ 26,90

Bijkomende informatie bij Uitgeverij Garant.